Lijstje van woorden die ik nog niet heb gevonden:

Een woord dat tussen oom en tante in zit.

Een woord voor wanneer je je hand opsteekt in de klas en

je ‘meneer’ of ‘mevrouw’ moet zeggen tegen je leraar.

Een woord dat geen vader en moeder betekent, maar dat aardiger klinkt dan ‘ouder’.

Een woord in het Nederlands dat hetzelfde betekent als ‘sibling’ in het Engels.

Een liefdevol woord om een partner mee te omschrijven.

404 Error: Page Not Found

Een week geleden vroeg een docent me hoe ze de knuffel van haar zoontje moest noemen. De knuffel was neutraal, maar voor ze het wist had ze al ‘meneer Aap’ gezegd. Ze vroeg zich af of ik dan misschien wist wat de juiste manier was om non-binaire personen aan te spreken, maar ik stond met mijn mond vol tanden. Ik weet namelijk wel dat als je een formele brief schrijft, je Mx. kunt gebruiken in plaats van Dhr. of Mevr., maar daar heb je niet zoveel aan als je je kind moet instoppen. (Of als je door het leven moet als deze Mx. en je zo nu en dan ook verbaal contact moet hebben met de buitenwereld.)

 

Ik vind het frustrerend dat ik moet toegeven deze specifieke taalconstructie vaak te vermijden en dat ik bij twijfel altijd ‘deze persoon’ gebruik. Het is lastig om niet de juiste woorden te kunnen vinden en te moeten vervallen in trucjes en omwegen. Toen ik bijvoorbeeld mijn moeder uit probeerde te leggen hoe neutrale voornaamwoorden werken, gaf ik haar meteen een ‘escape’: ‘Je kunt ook gewoon tienduizend keer in een zinmijn naam gebruiken.’ 

 

Mijn moeder doet het goed. Hoewel ze zichzelf nog wel eens moet verbeteren wanneer het om mij gaat (dit wijd ik aan het feit dat ze me zo’n 20 jaar met andere voornaamwoorden heeft gekend), heeft ze mijn lief nog nooit gemisgenderd. 

Ook heeft ze al haar vrienden verteld over onze voornaamwoorden (we gebruiken allebei ‘hen/hun’), wat het betekent om non-binair te zijn, en verbetert ze iedereen die iets verkeerd zegt. Toen ik mijn moeder gisteren aan de telefoon had zei ze trots, maar ook een beetje verontwaardigd: ‘Ik heb in mijn vriendengroep mensen die beter ‘hen’ zeggen dan ik. Terwijl ík het ze heb verteld.’ 

 

Je taalgebruik veranderen is een van de moeilijkste dingen die er is. Ik moet altijd een hoop argumenten in de strijd gooien als ik mijn voornaamwoord probeer uit te leggen: dat er in het Engels bijvoorbeeld een langere traditie is met hun equivalent van het neutrale woord, ‘they’. De gemiddelde Engelssprekende gebruikt het al als vanzelfsprekend wanneer gender niet relevant is voor de context van het verhaal of wanneer een hij/zij-constructie onhandig aanvoelt. De enige vernieuwing is de politieke lading die er nu bij is gekomen: het gebruik van ‘they’ wanneer je iemands genderidentiteit expres niet wil onthullen, of wanneer je iemands gender niet in wil vullen.

 

In een van de weinige studies die ik hierover kon vinden, schrijft Mari Lund Eide in haar masterthesis over het gebruik van het woord ‘they’: ‘Language users have therefore frequently resolved to using the traditionally plural pronoun theywith singular antecedents, such as in “Everybody loves their mother”. [...] This use has had a long tradition in English, occurring among lay people as well as in the works of William Shakespeare, Jane Austen and Virginia Woolf.’

Daarnaast legt Eide uit dat de tweede golf feministen een flink steentje hebben bijgedragen aan het introduceren en veralgemeniseren van ‘they’ als neutraal voornaamwoord, waar eerder mannelijke voornaamwoorden als neutraal werden ingezet. In het Nederlands heeft het woord ‘hen’ geen zelfde ontwikkeling doorgemaakt, waardoor er nu veel harder aan getrokken moet worden. 

Andere talen aanhalen (ik gebruik ook altijd het voorbeeld van ‘hen’ in Zweden, waar de term eveneens grotendeels genormaliseerd is) lijkt te helpen bij het aan de man brengen van mijn voornaamwoord. Soms is groepsdruk het beste wapen. 

 

Gedurende de drie jaar dat ik deze voornaamwoorden gebruik, heb ik mezelf getraind om altijd mijn zegje klaar te hebben, omdat ik ondertussen gewend ben aan behoorlijk pijnlijke opmerkingen. Eide liep in haar onderzoek ook aan tegen heftige meningen: ‘One participant said that “This whole [...] thing is a symptom of the stupidity of PC culture and shouldn't be indulged”, while another expressed: “I think it’s ridiculous, the whole thing”. A third male participant said “Can everyone just harden up”, while a fourth claims that “there are far more important matters in this world [...] than mentally ill people who can’t decide what gender they are”.’

Uit haar enquêtes bleek dat, hoewel mensen aangaven open te staan voor woorden als ‘they’, vrijwel niemand moeite wilde doen om minder bekende voornaamwoorden, zoals ‘xe’ (Engels genderneutraal voornaamwoord, spreek uit als: “zie”) te leren gebruiken. En dat is een moeilijk punt, zeker ook in het Nederlands. Zodra je een nieuw woord introduceert, bevind je je ineens in een veel kwetsbaardere positie dan die je al innam. Mensen kunnen besluiten het nieuwe woord te omarmen, maar er zullen ook een hoop mensen zijn die het woord afwijzen, het gebruiken om je belachelijk te maken en het zien als toestemming om je lichamelijk of mentaal pijn te doen. Als je dat woord ook nog eens zelf hebt verzonnen, kan het voelen alsof je die pijn zelf hebt veroorzaakt, en dat is de giftigste gedachte die je kunt hebben. 

 

Op de een of andere manier is het lastig voor een hoop mensen om aan te nemen dat het woord dat ik heb gekozen een ‘echt’ woord is. ‘Nee joh, dat klopt niet!’ hoor ik vaak, gevolgd door ‘Ik heb een idee: laten we vanavond samen, onder het genot van een biertje, een nieuw woord voor jou verzinnen. Dat is toch leuk?’ 

Als ik eerlijk ben vind ik dat helemaal niet leuk. Ik vind het nogal pijnlijk en lichtelijk arrogant dat ze denken dat ik zelf nog niet heb nagedacht over een ander, makkelijker te introduceren woord, en dat de doorslaggevende factoren vanavond dat biertje en die persoon zullen zijn. Vaak, als ik ze niet goed ken en me niet helemaal veilig voel, antwoord ik iets in de trant van ‘Laten we dat een andere keer doen, nu heb ik weekend.’ En soms, als ze me echt de neus uitkomen: ‘Je went er maar aan.’

 

Nog heviger dan hier wordt er tegen inclusief taalgebruik geprotesteerd in Frankrijk, een land met ongeveer de meest gegenderde taal die er bestaat. Ik las in ‘Is Gender Fluid?’, een boek van Sally Hines en Matthew Taylor, over hoe neutraal taalgebruik werkt in het Frans: ‘Inclusive writing in French aims to neutralize grammatical gender by including both gendered forms in plurals for mixed groups. For example, a group comprising male and female voters, currently ‘électeurs’, would become ‘electeur.rice.s’.’

Je zou deze oplossing kunnen vergelijken met het Nederlandse ‘beste reizigers’, inclusief de storm aan reacties die het teweegbracht. Het zou feministische propaganda zijn, die educatie en communicatie alleen maar moeilijker maakt en niet genoeg uithaalt op het gebied van emancipatie, en dus verbood minister president Edouard Phillipe in 2017 het gebruik van inclusief taalgebruik in alle overheidsdocumenten. Ik ga er ontzettend mijn best voor doen om te zorgen dat het hier niet dezelfde kant op gaat, want wanneer we woorden uit een taal gaan verwijderen, is er iets ongelofelijk misgegaan. 

 

Ik heb jaren gedacht dat in het Frans neutrale voornaamwoorden ontbraken, maar na een lange zoektocht ontdekte ik op een forum de uitkomst van een vragenlijst onder non-binaire mensen en transgender personen. Een groot gedeelte van de kandidaten zei gebruik te maken van het voornaamwoord ‘iel’ (spreek uit als: ‘jel’), maar er waren ook mensen die zeiden graag ‘lui’, ‘ille’, ‘lea’ of  ‘yel’ genoemd te worden. Aan het landelijke onderzoek deden maar 286 mensen mee, waarvan de helft zei neutrale termen te gebruiken, en dat vind ik niet gek. Ik kan me voorstellen dat het lastig is om in zo’n vijandig klimaat te gaan staan voor je eigen voornaamwoord. Het is al moeilijk genoeg om de goeie te vinden.

 

Toen mijn lief en ik net begonnen met daten was het vinden van een woord om naar elkaar te verwijzen de moeilijkste opdracht. ‘Vriend’ of ‘vriendin’ vielen logischerwijs af, net als ‘geliefde’ (te zwaar) en ‘minnaar’ (te weird). 

Uit de grondige internetzoektocht die volgde rolden een aantal non-binary-vriendelijke Engelstalige alternatieven, waaronder: birlfriend, bothfriend, personfriend, cuddle buddy, love person, companion en soul mate. Uiteindelijk werd het toch maar ‘partner’. 

Met tegenzin eigenlijk, want we hadden in het begin gezegd dat dat klonk alsof we zaken deden, of alsof we al veertig jaar samen waren en geen seks meer hadden, en beide waren duidelijk niet het geval. Het voelt nog steeds een beetje raar, maar voor nu is het denk ik het beste woord dat we kunnen verzinnen en het enige dat we allebei kunnen gebruiken (mijn lief is Engelstalig en als ik mijn Nederlandse term gebruik, lijkt het net alsof ik wil dat hen vertrekt: ‘leave’).

 

Het is fijn om iemand te hebben die begrijpt wat het betekent om non-binair te zijn in deze wereld. Hoewel we niet dezelfde taal spreken en we elkaar nog niet lang genoeg kennen om aan een blik genoeg te hebben, ben ik dankbaar voor het feit dat hen geen vragen stelt als ik mijn shirt wil aanhouden in bed en dat hen me nog nooit anders heeft aangesproken dan hoe ik me heb voorgesteld. 

Om hen Nederlands te leren spreken heb ik een tactiek ontwikkeld die ervoor zorgt dat hen zich niet hoeft te schamen voor hun uitspraak: ik laat onze Madonna en Bear Bear, onze knuffels, met elkaar communiceren. Verborgen onder een vet beren-accent leert mijn lief werkwoordvervoegingen, scheldwoorden en liefkozingen. Ondanks hun verschillen –Madonna is een brutale aap en Bear Bear een zachtaardige teddybeer– heb ik het idee dat de twee elkaar leren waarderen voor wie ze zijn, en met een beetje goeie zin kun je daar een metafoor voor de samenleving in zien. Want hoewel het nog wel even zal duren voor deze wereld echt een veilige plek is, zijn er ontzettend veel positieve ontwikkelingen op het gebied van voorlichting en emancipatie en heb ik het idee dat er onder de jongere generatie een grote verschuiving plaatsvindt in het voordeel van acceptatie van de lhbtqi+ gemeenschap. We zijn er nog niet, maar tot die tijd prijs ik me gelukkig met een persoon die me ziet voor wie ik ben, die samen met mij op de barricaden wil gaan staan en met wie ik ‘s avonds kan knuffel-bekvechten over wiens beurt het is om het nachtlampje uit te doen.

Lot Veelenturf schrijft essays, brieven en korte verhalen. Lot bestudeert identiteit binnen literatuur. Hen is zelf genderqueer en dat vertaalt zich naar onderzoek naar neutrale voornaamwoorden, intersectionaliteit en feminisme. Eerder dit jaar trad Lot op bij Perdu, Frontaal en Festival Drift en verscheen hun essay ‘Messy shit’ op Hard//hoofd. Ook was hen afgelopen jaar blogger voor het Art Business Centre van ArtEZ en Studium Generale Artez Diversity Stories. Samen met Merit Vessies maakt hen momenteel een podcast over horrorfilms. (Foto door Leroy Verbeet)

 

Lot Veelenturf writes essays, letters and short stories. Lot investigates identitiy within literature. They are non-binary themselves and that translates to research about genderneutral pronouns, intersectionality and feminism. Earlier this year Lot performed at Perdu, Frontaal and Festival Drift and their essay ‘Messy Shit’ was published on Hard//Hoofd. They were also blogging for ArtEZ’s Art Business Centre and Studium Generale ArtEZ Diversity Stories. Together with Merit Vessies they’re momentarily working on a podcast about horrormovies. (Photo by Leroy Verbeet)