Interview met Desirée Hammen

Hé Desiree, jij bent kunstenaar en haute couture borduurder. Kun je iets vertellen overje werk en wat we van je kunnen zien op First Person?

 

Zeker. Ik heb mode gestudeerd, maar mijn werk heeft zich gaandeweg ontwikkeld richting beeldende kunst. Een aantal jaar na mijn afstuderen ben ik haute couture borduren gaan studeren in Parijs, omdat ik een beetje uitgekeken raakte op het freestyle borduren wat ik in mijn eigen werk deed, beide technieken zijn nu mijn specialisatie. Vanuit daar is het een hele zoektocht geweest om weer terug te komen naar meer vrije werk, maar ik gebruik de kennis en techniek van het haute couture borduren nu ook in mijn kunst. Ik kan bijvoorbeeld net zo goed buiten bezig zijn met bloemen en takken, dan noem ik het nog steeds een borduurwerk. Of ik gebruik tape en werk met verschillende lagen, en dan breng ik er tussenin kleur aan, zodat er een gelaagde wereld met diepte ontstaat. Verder maak ik installaties, maar ook dingen die je aan de muur kunt hangen, en doe ik samenwerkingen en projecten met bv andere kunstenaars of met ouderen. Dan gaan we met het hele bejaardentehuis werken aan een groot wandkleed, waar ik ook een persoonlijke vraag in verwerk, want ik vind het belangrijk om ook daar persoonlijk mee verbonden te zijn. Dan kan het zich op een hele ‘echte’ manier ontwikkelen.

 

Dat echte of persoonlijke is belangrijk in je werk. Laten we ‘Still life with flowers orSelfportrait’ als voorbeeld nemen, kun je daar iets meer over vertellen?

 

Op een bepaald punt in mijn leven had ik met mijn lichaam allemaal dingen en moest ik aandacht besteden aan balans in mijn leven. Ik had namelijk altijd heel veel last van mijn buik als ik ongesteld werd en dat wilde ik onderzoeken, samen met mijn kinderwens. Toen ik naar de specialist ging, bleek ik ernstig ziek te zijn. Ik had endometriose en ik kreeg die dag twee mogelijkheden voorgesteld: of mijn baarmoeder eruit, of ‘m houden en toch proberen een kind te krijgen’– maar waarschijnlijk voor mijn kwaliteit van leven was de beste optie om ‘m eruit te halen. Dat is een heel moeilijke beslissing. Zo’n anderhalf à twee jaar later ben ik geopereerd, mijn baarmoeder is eruit. En het eerste werk dat ik daarna heb gemaakt is dit werk. 

Ik was namelijk uitgenodigd voor een tentoonstelling bij Kunsthandel P. de Boer aan de Herengracht in Amsterdam, waar ze 17deeeuwse kunst verkopen en graag hedendaagse kunstenaars aan hun bloemstillevens wilden koppelen. Toen ik me in ging lezen ontdekte ik de symboliek achter die bloemen en wilde ik heel graag een zelfportret maken in een boeket. Iedere afzonderlijke bloem in het boeket heeft dus een betekenis. 

Ik ben getrouwd, maar niet per se hetero en dat soort boodschappen zitten vaak verstopt in mijn werk. 

In de maanden die volgden werd het steeds duidelijker dat ik er iets mee moest doen. Dat heeft ook te maken met mijn operatie, ik heb namelijk best wel lang mijn kop in het zand gestoken over mijn ziekte. Ik wist ook heel lang niet dat ik ziek was, maar ik ben het al vanaf mijn twaalfde en dan heb je allemaal gewoontes gevormd zonder dat je daar rekening mee kunt houden. 

Nu ben ik 42 en ik wil nooit meer dingen die ‘in mij zijn’, als het ware, onderdrukken. Ik heb altijd kinderen gewild, maar heb daar nooit echt naar gekeken en daar was ik achteraf gezien anders mee omgegaan. Dus ik ga nooit meer niet-doen wat er in me zit. 

En ineens was de behoefte er om bijvoorbeeld mijn gevoelens voor vrouwen te uiten, ondanks dat ik ben getrouwd. Ik sprak erover met mijn man, dat ik het ging onderzoeken en doen, dus vanaf dat moment werd het echt, maar daarvoor zat het al in mijn werk. Daar staat bijvoorbeeld een krukje met messen erop en allemaal dingen waarmee je jezelf kan bezeren, maar dat krukje is roze. Het heet ‘How the world slowly started to turn pink’, dat gaat ook over mij en die zoektocht naar mijn lesbische gevoelens, maar ook over het bestrijden van een plaaggeest, wat uiteindelijk over transformeren ging. 

 

Mensen vragen wel eens of mijn werk dan een therapeutische laag heeft, en dat vind ik eigenlijk niet. De handeling op zich, die steeds repeterende bewegingen, zou dat in principe wel kunnen zijn (kantklossen is bijvoorbeeld heel meditatief) maar dat is niet anders dan iemand die in de tuin bezig is. Natuurlijk zit er een deel van mij verwerkt in mijn kunst, want ik maak dingen mee en het kan niet anders dan dat die dingen in mijn werk terecht komen, tenminste, zo is dat voor mij. Maar is het niet bedoeld om mezelf te etaleren met al mijn gevoelens. Wat ik wel interessant vind is om de menselijke kant te laten zien, omdat ik denk dat heel veel mensen zich daarin kunnen herkennen. Dat vind ik wel fijn om open over te zijn, en geen taboes te hebben over gevoelens of negatieve gevoelens, of misschien hele pijnlijke dingen. Sommige dingen die je meemaakt zijn ingrijpend, maar dat maakt het ook bijzonder om mens te zijn. 

 

Je hebt een keer gezegd ‘For me embroidery is the highest form of creation.’ Wat bedoelje daar precies mee?

 

Klopt, maar ik heb ook een keer geschreven ‘I love it till death’ en misschien zegt dat het beter. Ik weet niet wat er gebeurt in mijn hart, ook nu als ik erover ga nadenken, maar de hele tijd die steekjes, die repeterende bewegingen, terwijl ik iets vorm geef wat ik heel makkelijk met mijn intuïtie kan sturen, en ook nog onder controle heb omdat ik het ambacht beheers–

Ja, misschien heb ik niet zoveel controle over mijn leven, maar over het borduren wel, en is dat gewoon heel prettig. Niet omdat ik een controlefreak ben, want dat ben ik totaal niet, maar omdat het een hele fijne flow is om in te zitten. Ik kan me op die manier heel makkelijk verbinden. 

 

Je hebt ontzettend veel gestudeerd, onder andere in Parijs, en je beheerst het ambacht compleet, maar uit je werk spreekt ook dat je een fascinatie hebt voor een soort DIY-esthetiek, en het niet-kunnen. Waar komt dat vandaan?

 

Als je in grotere vormen kijkt, zou je kunnen zeggen dat het relateert aan gekte, aan de rauwe kanten. Maar je zou ook kunnen zeggen dat ik me bezighoud met de rafelranden van de maatschappij. Ik heb lang tijd veel gewandeld laat in de avond en dan kwam ik op gekke plekken, waar van alles gebeurde. Daar zag ik echt een ander leven, en raakte er op een bepaalde manier vertrouwd mee. Op een gegeven moment is het niet eng meer, het zijn je bekende plekken geworden. Ik vond daar ontzettend veel spullen: vies, achtergelaten, afgedankt, materiaal voor mijn werk. Soms merk je dat er ergens iemand leeft.  En dan hoef ik me niet beter of slechter te voelen dan die persoon. Ik ben juist geïnteresseerd in die rafelranden: de hardere, moeilijke kanten. En dat zie je terug in mijn esthetiek. 

 

Ik vind een vak echt beheersen, zoals heel goed kunnen naaien of een patroon tekenen of borduren, heel mooi. Ik heb een taal en die is borduren. Daarbinnen heb je allemaal nog dialecten en accenten, en me daarin bekwamen is wat ik wil doen. Dat betekent niet dat ik per se alles wil weten, want hoe het moet met een machine of als je het in China laat maken, boeit me niet. Ik ben geïnteresseerd in iets heel goed kunnen, bijvoorbeeld oude Hollandse technieken als goudborduren, witwerken en de Marken borduurwerken. Daar zit geschiedenis en een verhaal in. Maar ik wil ook andere dingen kunnen vertellen, bijvoorbeeld met een bepaalde agressie werken, of een bepaalde gekte, en daar heb je een andere taal bij nodig. Dat is de uitdaging voor mezelf: kan ik een werk maken dat voldoet aan de regels van het ambacht, terwijl het een heel ander verhaal vertelt? 

Er is in mijn werk wel altijd een laag die gaat over de techniek, en dat is fijn, want als je het erover hebt met mensen kan het gesprek ook alleen daarover gaan, dat is ook goed. Daar zit al zoveel in. Er gaat ook altijd wel een stukje over arbeid, dat is een onderwerp dat me erg aan het hart gaat, zeker in deze geautomatiseerde samenleving met steeds meer computers en banen die verloren gaan. Dat kan allemaal heel handig lijken, maar uiteindelijk zijn we allemaal mensen die iets willen doen. Stel je eens voor dat alles wordt gedaan met computers, dat kan toch niet? Dat je werkt is ook een groot geluk, wat voor werk je ook hebt. 

Zou je je werk eerder politiek of poëtisch noemen? En wat is volgens jou het verschil daartussen?

 

Misschien is poëtisch ook juist wel politiek. Dat is ook een statement: om poëtisch te zijn in deze wereld. Je hebt daarbinnen de keuze om mensen de schoonheid te laten zien van bepaalde dingen, of om op de barricaden te gaan staan, en ik denk dat ik dan toch meer poëtisch ben dan politiek, in die zin. In mijn werk probeer ik wel na te denken over hoe ik iets kan bijdragen of zeggen. Maar ik zou willen zeggen dat de poëzie ook een politieke daad kan zijn. 

 

Als we doorgaan op dat politieke: wat moet er volgens jou veranderen?

 

Het allerlastigste is natuurlijk om te vertellen hoe het dan allemaal wél moet. Vooral als je je gaat verdiepen weet je steeds minder hoe het moet gaan. Hoe meer perspectieven je leert kennen, hoe meer begrip je krijgt voor een situatie. Ik vind het belangrijk om zelf in de wereld te staan en dingen mee te maken. Om echt een connectie te maken, want van daaruit kun je je visie herzien. Als je niet in de wereld om je heen kijkt en je maakt geen contact met anderen, dan kun je er inderdaad een hele heftige mening op nahouden, of bang zijn. En omdat we steeds meer van die connectie afdrijven, is dat wel iets wat van mij mag veranderen. 

 

Wat ben je nu mee bezig? Wat wordt je volgende project? 

 

In september komt er een tentoonstelling in Tilburg. Daar wil ik op een heel andere manier gaan werken dan ik gewend ben, maar ik weet nog niet precies wat ik ga doen. Ik weet wel dat ik wil gaan reageren ter plekke, en heel andere uitspraken doen dan anders, gewoon omdat ik daar zin in heb. In dat werk zal meer met tape gaan gebeuren bijvoorbeeld; de betekenis daarvan wil ik onderzoeken. Daarnaast ben ik nu heel fijn bezig met mijn studenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Voor de les experimental and innovative textilesdoen we een project met allemaal nieuwe materialen en proberen we alternatieven te verzinnen voor bijvoorbeeld dierlijk leer. Dan maken de studenten fruitleer, kombuchaleer, mushroomleer, maar ook bioplastics. Dat is een heel erg leuk project. 

Als we even terugpakken waarmee we begonnen, dat zelfportret, zou ik kunnen zeggen dat ik op dit moment mijn leven aan het herzien ben. Natuurlijk is er mij iets heftigs overkomen, maar het geeft me ook de mogelijkheid om opnieuw te bekijken hoe ik de dingen wil doen. Dat is eigenlijk mijn project op dit moment: onderzoeken hoe ik mijn leven wil vormgeven. Want je kan alles! Je hele wereld kan van het ene op het andere moment totaal anders zijn dan je had gedacht, maar het ligt altijd in je handen om het zo te maken als je wilt. Maar ik heb ook heel veel zin in de vakantie. 

Desirée Hammen studeerde in 2003 af aan Artez, Hogeschool van de Kunsten in Arnhem. Eind 2011 voltooide zij haar opleiding aan een beroemde haute couture borduurschool in Parijs. Sindsdien is  haute couture haar specialisatie. Desirée combineert deze klassieke methode met haar freestyle technieken in haar autonome werk. Zij zat in het modecollectief Paintedseries en had tentoonstellingen in Amsterdam, Istanbul, Shanghai en Beijing, New York en Arnhem.

 

Desirée Hammen graduated from ArtEZ, school for the Arts in 2003. In 2011 she completed her studies at a famous haute couture embroidery school in Paris. Eversince haute couture has been her specialisation. Desirée combines this classic method with her freestyle techniques in het autonomous work. She was part or fashioncollective Paintedseries and has had exhibitions in Amsterdam, Istanbul, Shanghai, Beijing, New York and Arnhem.