Christiaan Lomans (1994) is schrijver, muzikant en programmamaker bij Perdu. Hen is afgestudeerd aan Creative Writing ArtEZ en nam deel aan het Slow Writing Lab, een vrije master van het Nederlands Letterenfonds. Hen droeg voor op onder meer Brainwash Festival, Wintertuinfestival, Nieuwe Types, Perdu en Frontaal, waarbij hen zichzelf vaak begeleidt met bezwerende live soundscapes. Christiaan houdt van teksten die zich niet laten vangen in een genre. Binnen hun werk zoekt hen naar vloeibaarheid binnen het lichamelijke en het spirituele. Op dit moment zit hen in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin.

Christiaan Lomans (1994) is a writer, musician and programmer at Perdu. They graduated from Creative Writing ArtEZ and took part in the Slow Writing Lab, a free masters program of Nederlands Letterenfords (the Dutch Literary Fund). They performed at Brainwash Festival, Nieuwe Types, Perdu and Frontaal, among others, and they accompany themself with incantatory live soundscapes. Christiaan likes texts that can't be contained in a genre. In their work they are looking for fluidity within the body and the spiritual. At the moment they are part of a talent development trajectory at De Nieuwe Oost | Wintertuin.  

Het oppervlak van een zee. Een schaduw. Een constant, onderhuids schreeuwen. Hoe een lichaam waarin zoveel gebeurt, zo ver weg kan lijken. In het lichaam is een berg aanwezig. In de berg een kamer. Op je schouders de schaduwen die het gewicht van die berg in zich dragen. Sommige dagen verdwijnen, alsof ze verpulverd zijn onder dat gewicht. ‘Wat is er eigenlijk aan de hand?’ vraagt M. Ze kijkt je aan, maar je blijft met je blik op het laptopscherm gericht. ‘Ik ben steeds heel moe.’ 

 

Het beeld van de zee die stolt. Je bent bang voor de nachten. Dan kunnen de dromen komen. 

Je komt aan bij het politiebureau. Gek dat je het nog steeds zo noemt, ook al is de politie natuurlijk allang verdwenen. Het is licht daarbinnen. Gelach. Een lege ruimte met alleen een tafel. Je weet wat je te doen staat. Het is niet alsof je een keuze hebt. Zolang je het niet onder ogen ziet, zul je er nooit aan ontsnappen. De deur gaat open. Mannen kijken op. Hun gezichten zijn vlekken. Nee. Niet over nadenken. Niet nu. Het blijft stil. Voorzichtig kijk je opzij. Je houdt het kussen stevig vast. M. knikt. Jullie zwijgen even, tot hij een nieuwe aflevering aanklikt. 

Het gaat de rest van de dag goed, tot jullie een kaartspel gaan spelen. Je hebt papier gepakt om de score bij te houden en loopt daarmee naar de tafel. Terwijl je loopt, besef je dat je een keuze hebt. Je kunt eerst het papier op tafel leggen en dan een pen pakken of je kunt het papier meenemen terwijl je de vier stappen naar de pennenbak aflegt. Beide mogelijkheden zijn levensgevaarlijk. Je negeert de wereld die zich opent, legt het papier op tafel en pakt een pen. 

Het water. De zee die stolt. Er is een wereld om je heen, maar alles is van water. 

M. is boodschappen doen. Je hebt de deur op slot gedaan. Je kleren liggen op een hoopje op de grond, naast de bank. Het ene eind van de U-vormige vibrator zit in je. Het andere eind drukt tegen je ballen. Alles daartussen trilt. Het geluid dat uit je komt is hoger dan je van jezelf gewend bent. Er ontsnapt iets aan je. 

Nadat je klaar bent gekomen, tintelt elke centimeter van je huid. Je trekt een deken over je heen. Alsof je ergens op gepakt kunt worden. 

Je schrikt wakker en je weet wat dit betekent. Een lege ruimte met alleen een tafel. De deur gaat open. Gelach. Hun gezichten zijn vlekken. Ze schuiven de stoelen opzij. Duwen je op tafel. We don’t need no voorspel let the motherfucker burn…Burn motherfucker, burn. En als je dan toch bij de kaakchirug bent, zegt de tandarts, kun je net zo goed meteen de kiezen aan de andere kant preventief verwijderen, dat is stukken voordeliger. Als je nu gaat huilen, zullen ze je de rest van het jaar uitlachen. Als je nooit naar het schoolfeest gaat, ga je nooit een meisje krijgen. Als je je target haalt, krijg je €20,- bovenop je uurloon. Er was een moment dat je besloot niet meer te huilen. 

In de kamer gaan wonen. Zeven aaneengesloten dagen in de kamer mediteren. Elk bot dat onder de vloer ligt visualiseren. Het gebouw in je geestesoog heropbouwen. Net zolang zoeken tot je in het donker een waxinelichtje hebt gevonden dat ondanks de tocht branden wil. Het waxinelichtje naar de overkant van de ruimte dragen. Als het uitwaait steeds weer terugkeren naar de bron, tot je het omslagpunt bereikt, kan zien hoe het licht aanzwelt in de wind, hoe het licht de overkant van de ruimte bereikt.

En nu komen er scheuren in het ijs. En nu komen er scheuren die alles doorbreken. En nu scheuren die de grond weer broos maken. En nu recht door het dorp. En nu recht door het lichaam. En nu begint alles te vallen.

Je ligt op de bank. Waar M. is weet je niet. Er zit iets in je buik dat omhoog wil. Je weet niet wat het is. Of het een schreeuw is of dat je moet kotsen. Het is de kamer, maar anders. De zee. Je wil dat het komt. 

Je spert je mond open, maar het wil niet. Het prikt heet bovenin je buik. Je wiegt heen en weer met je handen op je navel. Al je spieren trillen. Je mond kan niet verder open. Je kunt geen adem halen. Dan begin je zachtjes achterin je keel te kreunen. Je zet de deur op een kier. En er begint iets te bewegen. Iets breekt los. Je begeleidt het naar buiten en je lichaam neemt het van je over. Je schokt. Snikt. De bewegingen voelen onwennig. Je bent aan het huilen.  

Na tien seconden is het weer klaar. Je hijgt en je neus zit vol. Je weet dat er meer uit wil, maar dat dat nu niet zal komen. Je bent je lichaam dankbaar voor dat wat zich nu wil tonen.